©  No Copyright | Niets Te Verliezen | Je ware natuur ontdekken is gemeengoed.

De illusie die 'Dood' heet

31.01.2019

Mensen hebben de neiging om zichzelf te beschouwen als het meest ontwikkelde ras. Ons leven wordt vrijwel ingekapseld in een gevoel van goddelijkheid, afgescheidenheid en zelfverheerlijking. Dit gevoel van divisie is verbonden met het geloof in een inert en apart zelf. Over het algemeen zien mensen zichzelf - subtiel gezien - als God-achtig, gemarkeerd door het fenomeen dat wij (zelf-)bewustzijn noemen. Er wordt een soort Berlijnse Muur gevisualiseerd die de geest afscheidt van materie, het levende van het levenloze. De ziel wordt gezien als ons goddelijke zelf en de dood is een vrije val in de nederige wereld van het materialisme. 

Over het algemeen zien mensen zichzelf - subtiel gezien - als God-achtig, gemarkeerd door het fenomeen dat wij (zelf-)bewustzijn noemen. Er wordt een soort Berlijnse Muur gevisualiseerd die de geest afscheidt van materie, het levende van het levenloze. De ziel wordt gezien als ons goddelijke zelf en de dood is een vrije val in de nederige wereld van het materialisme. De onlosmakelijke verbondenheid die mensen met elkaar verbindt wordt over het algemeen niet erkend. De wereld voorziet ons van dingen, maar wij zijn niet 'van' die wereld. Als wij onze individualiteit niet accepteren worden we verdoemd tot vergetelheid, dood, als een afdaling in een onsamenhangende afgrond. Toch? Terwijl menselijke bevoegdheid een voordeel lijkt te zijn, is het vaak een kwelling, resulterend in een muurvaste afgescheidenheid, conflicten en defensieve angst. Het idee over geboorte als een onafhankelijk punt van oorsprong en de dood als definitief eindpunt, is een misvatting.

 

 

LICHAAM EN GEEST

Het idee dat zelfbewustzijn de mens als goddelijke verschijning markeert, kan worden aangevochten door de erkenning dat (zelf-)bewustzijn niet onafhankelijk bestaat, maar een irrationele functie is. Wat wordt gezien als bewustzijn, is onlosmakelijk verbonden met wat niet wordt beschouwd als bewustzijn. 

Zintuiglijke waarneming moet een beeld opmerken van dat wat plaats heeft gevonden, in de juiste volgorde. Dit beeld, zoals het beeld van een boom, staat bekend als een 'bewust beeld'. Bewustzijn is niet afgescheiden van de waarneming of van de boom. Ze zijn geen afzonderlijke entiteiten. Het denken impliceert het samenspel van deze sensorische-perceptuele beelden. Het denken is geen onafhankelijk werkend mechanisme, maar een dynamisch, onderling samenhangende activiteit van de lichaam-geest-wereld. 

Bewuste beelden zijn geen objectieve impressies van de buitenwereld. Ze zijn functioneel voor de overleving van de mens. Er zijn bijvoorbeeld geen kleuren in de wereld. Kleur is echter noodzakelijk om organismes te helpen om onderscheid te maken tussen objecten. De perceptie van kleur wordt geactiveerd wanneer verschillende golflengtes van licht omgezet worden in beelden van kleur, binnen het neurale-visuele systeem. Objecten zijn in essentie dus niet de afzonderlijke entiteiten die ze lijken te zijn. 

Dat wat wordt beschouwd als bewustzijn, is afhankelijk van sensorische organen zoals de oren, ogen, tong, enz., die niet worden beschouwd als bewust, maar als materiële lichaamsdelen. Objecten die zintuiglijke waarneming nodig hebben, zoals een boom, worden niet beschouwd als bewustzijn, maar als materie. Bovendien maken de neurale hersenen integraal deel uit van de vorming en de interactie van perceptuele beelden. Daarom kan er fundamenteel gezien geen onderscheidt worden gemaakt tussen 'lichaam en geest'. 

 

 

 

 

OVERAL VERGANKELIJKHEID

Alle vormen, afhankelijk van talloze voorwaarden, zijn niet de vaste entiteiten die ze lijken te zijn. Niets blijft hetzelfde. Wat wordt gezien als een onveranderlijk object daarentegen een ondeelbare beweging van uiteenvallen en vorming is, ook al is deze vergankelijkheid onwaarneembaar? Hieruit kun je opvatten dat zogenaamd 'dood-zijn' ook leven is, net zoals de constante transformatie van alle verschijnselen. Alles ontstaat afhankelijk van elkaar. Die afwezigheid van dat onafhankelijke bestaan wordt in de Boeddhistische filosofie 'Leegte' genoemd. In westerse filosofieën wordt de afwezigheid van objecten en begrippen vaak aangeduid als niet-essentialisme. Dit is omdat niets onafhankelijk bestaat. Een voorbeeld hiervan is vuur! Vuur wordt verondersteld te bestaan als een fundamenteel element. Echter is vuur afhankelijk en onlosmakelijk verbonden met talloze voorwaarden zoals brandstof, zuurstof, thermische wrijving, en ga zo maar door. Elke vlam veranderd voortdurend omdat vuur afhankelijk is en geen 'zelfstandig' bestaan heeft. 

Wanneer de voorwaarden voor het bestaan van vuur niet langer aanwezig zijn, zeggen wij dat het vuur 'sterft'. Dit is begrijpelijk, maar het is belangrijk om te zien dat het vuur elk moment anders is, en niet hetzelfde. Aangezien vuur afhankelijk is van omstandigheden die niet worden beschouwd als vuur, ontbreekt er een 'ware aard'. Immers verbrand vuur niet zichzelf. Vuur kan niet sterven omdat het nooit een vaste entiteit was. 

Laten we proberen om vuur als een onafhankelijk element te zien. Brandstof wordt niet beschouwd als vuur. Zuurstof is geen vuur. Hitte is geen vuur. Wrijving is geen vuur. Als deze voorwaarden uit het raam zijn gegooid - of zelfs maar één, zoals zuurstof -, zal er geen vuur meer overblijven. Daarom is er geen vuur afgezien van de voorwaarden voor vuur. Vuur is geen onafhankelijk element, maar een afhankelijk fenomeen. Het heeft geen essentie van zichzelf. Hieruit kun je opmaken dat vuur 'leeg' is. Hetzelfde kan gezegd worden over een subject of zelf, bewustzijn, dood, en dergelijke fenomenen. 

Uiteindelijk kun je niet zeggen wat vuur is of wanneer het begint en eindigt. Ook zijn de voorwaarden 'leeg'. Dit wil niet zeggen dat vuur, zoals deze wordt weergegeven, niet ontstaat, verdraagt, ophoudt of niet zal branden. Het uiterlijk en de functie van vuur is niet het product van zijn eigen onafhankelijke beweging, de aard of het wezen. Er zijn verschillen te herkennen tussen verschijnselen en processen. Deze verschillen zijn echter verschijningen, niet de essentie. Alle vormen en kenmerken zijn afhankelijk en relationeel in elk opzicht. 

De dood wordt ten onrechte gezien als een onafhankelijk proces dat tot de vernietiging van het leven leidt. Echter, als geboren worden en doodgaan onafhankelijke processen waren, zou er geen relatie bestaan tussen deze twee subjecten. Geboorte zou nooit stoppen met geboren worden en de dood zal altijd sterven, dit is redelijk onzinnig. Als geboorte zijn eigen aard en proces had, zou het bevallen van zichzelf, waarvoor het eerst zou moeten bestaan. En hoe kan iets dat dood is dood produceren. Het is bovendien tegenstrijdig om te denken dat overlijden of 'niet-meer-bestaan' gelijk staat aan bestaan. Waar zetelt 'niet-bestaan' als het niet bestaat?

Er is geen apart zelf met een eigen gecementeerde geest-lichaam-continuïteit, die kan worden ingehaald door een kracht genaamd 'dood'. Gedachten, gevoelens, sensaties, percepties en een lichaam zijn allemaal enorm irrationeel en vergankelijk, ze blijven nooit hetzelfde. Het idee dat een apart, permanent zelf het enorme web van afhankelijke voorwaarden kan overstijgen is een fictie. Het vergankelijke concept genaamd 'dood' is hier altijd al geweest.  

Volgens velen bezitten mensen een fundamenteel verschillende 'natuur' dan de rest van de wereld. Zonder de voorwaarden van lucht, water, aarde, mineralen, planten, zon, de maan, bewustzijn, kunnen er geen menselijke kenmerken worden weergegeven. Met inbegrip van cultuur, taal, menselijke samenleving en haar relaties. Alles is onderling afhankelijk met geen individuele bron, net als bij vuur. Het geloof in deze concrete 'dingen' schotelt ons een vertroebeld beeld voor van de dood vóór de dood, het beeld van mij vóór een afgescheiden zelf. 

Een goede definitie van vergankelijkheid weerlegt het idee dat afzonderlijke entiteiten uit het niets concreet gevormd verschijnen, en die in een slotakte genaamd 'de dood' verdwijnen. Dingen lijken een gescheiden middelpunt te hebben en onafhankelijk te komen en gaan, evenals functioneren. Wanneer deze mechanistische indrukken zorgvuldig worden onderzocht worden activiteiten en functies erkend als relatieve en afhankelijke relaties zonder aard of eigen bestaan. Alles is zoals een reflectie in een spiegel, als een film die wordt weergegeven die entiteiten lijken te bevatten, met de nadruk op 'lijken'. 

 

 

CONCLUSIE

Het vaste geloof in een scheiding tussen leven en dood is een groot misverstand. Er is geen vaste locatie te identificeren waaruit afgescheiden 'zielen' worden geboren, of waarnaar ze terugkeren. Er is geen plaats om te sterven. Er is geen menselijke wezen of 'zelf' die zich uit het niets bewust wordt. Wij zijn die wereld, waarin we denken voort te bewegen als aparte entiteiten. De waardering dat alles elkaar weerspiegelt, is het ongedaan maken van het geloof in inerte afgescheidenheid, samen met conflicten en angst. Er is de erkenning dat zelfs een herfstblad niet fundamenteel verschillend is van een lenteblad. Het herfstblad is het leven in een voorbijgaande flux van voortzetting, zonder rand. Het was nooit 'zichzelf', en de verschijning van zijn uiteindelijke dood..

is een illusie. 

 

 

LITERATUUR

Nāgārjuna, A. (1995). The Fundamental Wisdom of the Middle Way (Herz. ed.). Oxford, Groot-Brittannië: Oxford University Press.

Metzinger, T. (2009). The Ego Tunnel: The Science of the Mind and the Myth of the Self. New York: Basic Books.

 

 

Deel dit bericht op Facebook
Gooi het op Twitter
Please reload